William Shakespeare’s ‘Julius Caesar’ ‘Goudae Fallimento’

William Shakespeare’s: ‘Julius Caesar’ Goudae Fallimento

Anno 2016, gesitueerd in Gouda.

3.2 De Raadszaal Gouda. Links ex-wethouder Menkveld achter de katheder. Rechts de tribune vol met Goudasfalters. In het midden de Gemeenteraad en College. Zojuist is het plan Goudasfalt aangenomen. Ex-wethouder Menkveld openbaart zich als de auctor intellectualis achter Goudasfalt.

[…]

Menkveld: Gouwenaren, landgenoten en geliefden! Hoort mij aan ter wille van mijn zaak; en weest stil, om te kunnen horen. Gelooft mij ter wille van mijn eer. Waarom ik Uw belastinggeld zonder draagvlak heb uitgegeven, dan is dit mijn antwoord: niet dat ik minder van Uw Gouda hield, maar ik hield meer van mijn bakfietsbeaumonde. Had U liever een gezond financieel Gouda zonder naakte midwinterfeesten gehad, dan iets meer schulden en schorsenerenpuree? Uw Gouda hield van mij. Ik huil voor haar. Vanwege haar historie, respecteerde ik haar. Vanwege haar gulle ruif, eerde ik haar. Maar vanwege haar gebrek aan ambitie, nam ik haar geld.

Is er iemand hier die durft te stellen dat Gouda ons initiatief niet nodig had? Is er iemand die het niet met mij eens is dat Gratis Geld Gouda enkel negativiteit spuide en op de man speelde? Wie is hier zoo verachtelijk, die de kansen niet ziet? Zo iemand, hij spreke, want hem heb ik beledigd! Wie hier durft zo verblind door negativiteit te zijn? Ik wacht op een antwoord.

Goudasfalters op de tribune: Niemand, Menkveld, niemand.

Menkveld: Dan heb ik niemand beledigd.

Het bestuur van Gratis Geld Gouda betreedt de raadszaal in rouw, een aktentas dragende met daarin de openbare jaarrekening van Gouda.

Menkveld: Hier komt de jaarrekening, betreurd door Gratis Geld Gouda, die, hoewel zij geen enkel aandeel hebben in dit succes van Goudasfalt, toch zullen profiteren van de grotere schuldenpositie door de aankoop van een strategische grondpositie; zoals u allemaal? En hiermee vertrek ik – maar weet dit. Ik gaf het geld van de voedselbank uit voor het grotere goed van Gouda, maar ik ben bereid, wanneer het u behaagt, veel meer uit te geven.

Alle Goudasfaltenaren op de tribune: Leve, Menkveld! Leve, leve!

Raadslid Gouda: Breng hem met zegepraal naar zijn woning!

Raadslid Gouda: Geef hem een straatnaambordje op het Goudasfaltterrein!

Goudasfalter: Maak hem ereburger!

Raadslid Gouda: We brengen hem naar zijn huis met tamboerijnen, rozenblaadjes en kreten van geluk.

Menkveld: Lieve vrienden.

Raadslid Gouda: Stilte! Menkveld spreekt.

Menkveld: Lieve vrienden, laat mij u nu verlaten. En, voor mijnentwil, blijf hier bij Kloosterman, onze woordvoerder.

Bacchus roept mij.

Wees waardig naar Gratis Geld Gouda, en luister naar de wijze woorden van Kloosterman. verlaat haastig de Raadzaal

Goudasfalter: Gratis Geld Gouda was negatief en speelde op de man.

Raadslid Gouda: Ja, negatief en op de man. Dat staat vast. Wie kaatst moet de bal ontvangen.

Goudasfalter: Het is beter voor Gouda als ze verhuizen.

Voorzitter Gratis Geld Gouda: Ik ben u, dank zij Menkveld, zeer verplicht. schrijdt naar katheder, rumoer in de Raadzaal

Raadslid Gouda: Stilte! Laat ons horen wat de voorzitter heeft te zeggen.

Voorzitter Gratis Geld Gouda: Vrienden, Gouwenaren, buurtgenoten, gun mij uw oor;
Ik ben hier om Goudasfalt een hand te geven, niet om hen te feliciteren;
De financiële schulden die men maakt, leven decennia na hen door;
En urgentere bestedingen worden begraven onder een afdeklaag van cement.
Laat het ook zo zijn met de argumenten van Gratis Geld Gouda…
Hier, met verlof van Menkveld en zijn woordvoerder Kloosterman, want Menkveld en Kloosterman zijn eerbiedwaardige mannen, zoo zijn alle Goudasfaltenaren, eerbiedwaardig allen; – voer ik het woord.

Zij vertelden U dat Gratis Geld Gouda op de man speelde.
En als dat zo was, dan was dit een onvergeeflijke fout.
Want Menkveld en Kloosterman zijn eerbiedwaardige mannen.
De zwijgende meerderheid gaat Gratis Geld Gouda aan ’t hart; hardwerkend, soms behoeftig.
Niettemin vinden Menkveld en Kloosterman dat Gratis Geld Gouda het op de man speelde;
En Menkveld en Kloosterman zijn eerbiedwaardige mannen…

Gratis Geld Gouda wilde Uw belastinggeld aanwenden voor vluchtelingen en een dialoog met de inwoners van Gouda Noord.
Neen! Zeiden Menkveld en Kloosterman. Alleen in de binnenstad wonen eersterangs intellectuelen.
Niettemin vinden Menkveld en Kloosterman dat Gratis Geld Gouda het op de man speelde.
En Menkveld en Kloosterman zijn eerbiedwaardige mannen…

Gratis Geld Gouda wilde Uw belastinggeld aanwenden voor de voedselbank, De Ark, Gemiva en andere projecten voor hulpbehoevenden.
Neen! Antwoordden Menkveld en Kloosterman. Speltbrood en spelen voor de bakfietsbeaumonde zijn urgenter.
Niettemin vinden Menkveld en Kloosterman dat Gratis Geld Gouda het op de man speelde.
En Menkveld en Kloosterman zijn eerbiedwaardige mannen…

Gratis Geld Gouda heeft nooit de meisjes van Goudasfalt urenlang geïntimideerd en ernstig beledigd. Dan zouden zij laffe serpenten zijn van het laagste allooi.
Niettemin vinden Menkveld en Kloosterman dat Gratis Geld Gouda het op de man speelde.
En Menkveld en Kloosterman zijn eerbiedwaardige mannen…

Gratis Geld Gouda heeft nooit ondernemers bedreigd om te voorkomen dat bepaalde ‘tegenstanders’ een zakelijke relatie met hen zouden aangaan. Dat zouden maffiapraktijken zijn.
Niettemin vinden Menkveld en Kloosterman dat Gratis Geld Gouda het op de man speelde.
En, u begrijpt ‘m natuurlijk, Menkveld en Kloosterman zijn eerbiedwaardige mannen…

Ik spreek niet om inhoudelijk op Goudasfalt in te gaan.
Waar het op staat, zeg ik u.

U allen hebt zoveel belastingen betaald, en niet zonder reden.
Met welke reden dan stemt u in met het verkwisten daarvan?
O oordeel! Gij zijt gevlucht naar brute middelen, de mens verloor zijn rede.

[…]