Tussen kunst en kaas (1)

Vandaag onthulde onze wethouder van kaas en vermaak met de haar kenmerkende zwier het werk van de beroemde kunstenaar Marinus Boezem. U weet wel, hetzelfde werk dat vorig jaar bij de reconstructie van de kop van de Kleiweg uit het straatbeeld verdween. Om die reconstructie recht te praten, had een legertje ambtenaren ijverig een ruimtelijke onderbouwing zitten tikken van maar liefst 38 pagina’s. In al die 38 pagina’s geen woord over het bestaande kunstwerk, geen woord over de historie ervan (geschonken aan de stad ter ere van de vorige reconstructie), geen woord over de waarde ervan, geen woord over waarom het in het nieuwe ontwerp niet kon terugkeren. Wij belden Boezem en zo gingen de schijven draaien.

Aan de herplaatsing van het werk ging de nodige bombarie vooraf. Uiteraard met de bedoeling dat u de indruk krijgt dat ons college, meer in het bijzonder genoemde wethouder, kunst in de openbare ruimte een warm hart toedraagt. Wij zochten even voor u uit of dat echt zo is.


(foto: Zouhair Saddiki)

Cultuurnota

Vorige week legde het college een nieuwe cultuurnota ter inzage waarmee we het tot 2022 zullen moeten doen. Strekking: cultuur is dienstbaar aan de economie (lees: een miljoen bezoekers), kaas is erfgoed en erfgoed is kaas. Niets nieuws onder de zon dus.

Onder de kop “De waarde van cultuur” trapt de nota af met een uitvoerige waardering van het Goudse culturele landschap. Kunst in de openbare ruimte komt daarin niet voor. Er wordt geen letter aan besteed. Geen waarde dus. Ook dit wisten we al. In het derde deel worden de regels opgesomd waaraan de gemeente zich moet houden. Daar komt de aap uit de mouw. Openbare kunst is onze gemeente tot last. Je mag het niet zomaar weghalen of verminken als je daar zin in hebt en het kost nog geld om te onderhouden ook.

De gemeente trekt welgeteld (gaat u er even goed voor zitten) € 5.000 uit voor de instandhouding van maar liefst 85 werken. Dat is jaarlijks € 58 per werk en in totaal een promille (0,1%) van het kunstbudget. Ter vergelijking: in het boekenwalhalla-met-hipsterhapjes dat Chocoladefabriek heet, pompt de gemeente jaarlijks € 1,6 miljoen, in ons plaatselijke streekmuseumpje € 1,3 miljoen en in de Garenspinnerij wordt jaarlijks zo’n € 930.000 afgezonken. Al deze instellingen hebben gemeen, dat je ervoor moet betalen om het culturele aanbod te kunnen genieten, als er tenminste een bushalte in je buurt is overgebleven vanwaar je de binnenstad kunt bereiken. De veelal prachtige beelden in de openbare ruimte daarentegen verrijken permanent de openbare ruimte. Ze staan er altijd. Zomaar. Zacht en kwetsbaar. Iedereen kan ervan genieten of ze naar believen lelijk vinden en ze staan nog mooi door de wijken verspreid ook. Een raadslid uit het klasje van onze wethouder brak er een lans voor. Tevergeefs. Het is wel duidelijk wat onze wethouder met ‘cultureel ondernemerschap’ bedoelt.

Moratorium

Nieuwe kunst in de openbare ruimte zal er niet komen. Zelf besteedt de gemeente er geen cent meer aan. Maar ook wie kunst aan de gemeente wil schenken, denkt wel twee keer na. De gemeente legt namelijk in beleidsregels vast dat de gulle gever niet alleen tien jaar lang de kosten van onderhoud en verzekering voor zijn rekening moet nemen, ook moet hij de gemeente vrijwaren voor aanspraken die het auteursrecht de kunstenaar geeft. Dat zou best eens een dure vrijwaring kunnen worden, want de gemeente behoudt zichzelf het recht voor om het werk naar eigen goeddunken te verwijderen. Om de kwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen, heet dat. Als het werk daardoor beschadigd raakt of de kunstenaar in zijn reputatie wordt geschaad, zijn de kosten voor de schenker. Tot zover de kunstliefde van ons college.

Recht praten wat krom is

Leest u even mee:

Zoals u ziet probeert de ambtenaar van dienst een positieve draai aan het slechte nieuws te geven. Helaas zijn de voorbeelden nogal ongelukkig gekozen. Het verhaal van het werk van Boezem kent u. Uit niets blijkt dat de kunstenaar tijdig is geïnformeerd over de nieuwe plannen. Integendeel: zelfs toen de raad al had ingestemd met de omgevingsvergunning voor de Kleiweg, wist de kunstenaar nog van niks. Pas nadat er door ons toedoen een reputatiedingetje dreigde voor de wethouder, zou het ineens ‘zorgvuldig’ worden herplaatst.

Het andere voorbeeld gaat over de prachtige sculptuur de ‘Zachtmoedige Weerbaarheid’ van Pim Leefsma, die jarenlang het oude politiebureau aan de Houtmansgracht sierde. Daarover durft de ijverige ambtenaar te schrijven:

“Helaas is gebleken dat deze verantwoordelijkheid niet door iedereen wordt gevoeld. De verwijdering en vernietiging van het beeld de Zachtmoedige Weerbaarheid (de paradijsvogel) is hier een teleurstellend voorbeeld van. Voor zover de gemeente op de hoogte wordt gebracht van nieuwe plannen met consequenties voor kunstwerken – ook niet alles is vergunningplichtig – zullen wij eigenaren blijven aanspreken op hun zorgplicht.”

Wij hebben maar even voor u uitgezocht of dit klopt en zijn in het Fort van de Stad de vergunning wezen bekijken die destijds is verleend voor het verbouwen van het politiebureau naar appartementen. Op de tekeningen is het beeld nergens te bekennen. Noch in de voorschriften, noch in correspondentie wordt er met een woord over gerept. Het is dus wel duidelijk door wie de verantwoordelijkheid niet werd gevoeld: de gemeente zelf. Dat u het weet. En die gemeente was nog wel gewaarschuwd…

Wordt vervolgd.