Over de knie

Een mooie zomerdag in 2014, ergens rond de klok van vier uur. Plaats van handeling is een van de werkeilanden in het Huis van de Stad. De telefoon gaat.

“Hallo, gemeente Gouda, met de afdeling Vrije Tijd. U spreekt met de ambtenaar van dienst.”
“Met de Museumhaven. Zeg, er staat bij ons in het parkje een of ander betonnen kunstwerkgeval, kan dat niet weg?”
“Wat bedoelt u precies?”
“Nou, zo’n ding met een kelk, een koepel en een staaf, geen idee wat het voorstelt. Het staat er misschien al wel 25 jaar en geen mens weet waarom. Het moet weg. Wij willen daar het Viswijvenkoor laten optreden.”
“Momentje.”

De ambtenaar van dienst zet het gesprek geroutineerd in de wacht en verzucht tegen haar overbuurambtenaar:
“Pfff. Dat heb ik weer. Een burger die een kunstwerk of zoiets verplaatst wil hebben. En dat om deze tijd. Ze snappen het echt niet hè. Op deze manier kun je nooit rustig de trein van half vijf halen. Wat denk jij ervan?”
“Kunst is voor de gemeente al jaren van geen enkel belang meer, maar het staat een beetje raar om dat zo aan zo’n burgertje te vertellen. Gewoon zeggen dat er geen geld voor is, dan druipen ze wel af. Helaas, pindakaas.”

De ambtenaar van dienst schakelt de wachtstand weer uit.
“Hallo? Beelden verplaatsen, daar hebben we geen geld voor. Sorrie, het is niet anders.”
“Oh, dat was ik nog vergeten: wij regelen de werkzaamheden zelf hoor, dat kost de gemeente geen cent.”
(Opgelucht) “Dat verandert de zaak. Ik zou zeggen: zet het maar lekker ergens neer waar het niet meer in de weg staat. En laten we het erop houden dat u ‘educatieve evenementen’ gaat organiseren, dat bekt nét iets lekkerder dan het Viswijvenkoor.”
“Nou, dat valt dan weer mee. Dank u wel! Moeten we nog met bepaalde procedures of voorschriften rekening houden?”
“Nee hoor. Als u de gaten een beetje netjes dichtgooit, kraait er geen haan naar. Zo doen we dat als gemeente zelf ook met kunstwerken.”
“Mooi. Ik weet genoeg. Bedankt voor de medewerking. Goedemiddag.”
“Goedemiddag.”

(Tegen de overbuurambtenaar) “Ze betalen het zelf. Dat scheelt weer. Als ik nú ga haal ik mijn trein nog net. Doei!”

De afloop kennen we. Mei vorig jaar werd het werk ‘Een laatste confrontatie’ van Hans Tutert met wortel en tak uit het gazon getakeld en elders in het park, uit de loop en uit het zicht, naast een vrachtwagenparkeerstrook neergekwakt. Zonder vergunning, zonder voorafgaand overleg met de maker van het kunstwerk en zonder enige belangenafweging. Bepaald onzindelijk, deze gang van zaken, niet? Reden genoeg om ons de zaak aan te trekken.

Tijdens de hoorzitting werd namens het college verteld dat over de nieuwe locatie van het werk in het geheel niet was nagedacht. Dat het niet ‘in de weg’ stond, was het enige criterium. De commissie gaf vier weken de tijd om het besluit te heroverwegen en het beeld terug te plaatsen naar de oude locatie of een – in samenspraak met de kunstenaar – te bepalen andere plek. Maar het college kwam met de boodschap dat de sculptuur op de nieuwe – geheel willekeurig gekozen – plaats ook fantastisch tot zijn recht komt en dat men dat achteraf nog wel eens aan het kunstenaartje zal uitleggen hoe zijn werk bedoeld is. Misschien. Ooit. Hij heeft tot dusver in ieder geval niets van de gemeente gehoord. Het beeld wordt, als het aan het college ligt, dus hoe dan ook niet meer verplaatst, wat de bezwaarcommissie er verder ook van vindt.

Het besluit op bezwaar had alweer zo’n zes weken geleden moeten zijn genomen. Had gemoeten, want sinds de hoorzitting is het oorverdovend stil. Wel heeft de bezwaarcommissie geadviseerd. Dit advies kregen wij deze week te lezen en we begrijpen nu wat beter waarom het college deze hete aardappel voor zich uitschuift.

nacktarsch
De bezwaarcommissie stroopt de mouwen op en legt het college over de knie:

*pets* De noodzaak van verplaatsing is volgens de commissie onvoldoende gebleken en het college had die noodzaak nader moeten onderbouwen, maar heeft dat nagelaten.

*pets* Het college heeft ten onrechte geen voorafgaand overleg gehad met de maker van het werk over de verplaatsing.

*pets* Het college heeft te weinig (lees: geen) moeite gedaan om met de kunstenaar in contact te komen.

*pets* Het college heeft ten onrechte “geen rekening gehouden met de belangen van de kunstenaar, het belang van de situering van het kunstwerk als zodanig en het belang van het kunstwerk in relatie met de andere kunstwerken waar dit deel van uitmaakt.”

*pets* “Ter zitting is namens uw college het standpunt verwoord dat deze handelwijze niet de schoonheidsprijs verdient. De commissie onderschrijft dit standpunt van uw college.”

*pets* “De commissie is voorshands van oordeel dat voldoende vast staat dat de gemeente inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van de heer Tutert-Smits dan wel op zijn persoonlijkheidsrechten wat de vergunningverlening en de verplaatsing van het kunstwerk betreft. Het verplaatsen van het kunstwerk leidt ertoe dat het kunstwerk visueel wordt gewijzigd (artikel 25, eerste lid, sub c, Auteurswet), dan wel wordt aangetast en verminkt (artikel 25, eerste lid, sub d, Auteurswet). Dit blijkt naar de mening van de commissie ook uit de reacties van de kunstenaar en de door hem gegeven argumenten. Voorts is voldoende aannemelijk dat de kunstenaar daardoor schade zou kunnen lijden, nu het effect dat door de verplaatsing is ontstaan zijn reputatie als kunstenaar zou kunnen aantasten. Daarbij acht de commissie van belang dat uit de stukken is gebleken dat het kunstwerk op de nieuwe locatie ten onrechte in gespiegelde opstelling is geplaatst. Op grond hiervan is niet uitgesloten dat de belangen van het kunstwerk en de kunstenaar nog meer worden geschaad dan wel dat daar afbreuk aan wordt gedaan.”

Dat liegt er niet om. Het college handelt – ook in de rebound – met open ogen in strijd met de Auteurswet en allerlei beginselen van behoorlijk bestuur. Wat nu gedaan? Van het advies afwijken en het bezwaar ijskoud ongegrond verklaren valt nauwelijks recht te praten deugdelijk te motiveren. Excuses aanbieden en terugplaatsen dat beeld, zegt u? Ja, dat lijkt ons ook de meest zindelijke oplossing. Maar iets zegt ons dat…

Ach laat ook maar, het is maar kunst.