Het is niet alles goud wat er blinkt

OPEN BRIEF aan de wethouder van Burgerparticipatie en Strategisch Communicatiebeleid.

Geachte heer Van Gelder,

Allereerst feliciteren wij u van harte met uw benoeming als wethouder in onze stad. Als u eenmaal aan het merkwaardige kaasluchtje gewend bent, is het er best goed toeven. Wij wensen u veel mooie resultaten toe!

U heeft niet alleen ‘burgerparticipatie en burgerinitiatieven’, maar ook ‘strategisch communicatiebeleid’ en het project ‘Goudasfalt’ in uw portefeuille gekregen. Dat vinden wij een spannende combinatie. Wij zullen u uitleggen waarom.

Goudasfalt
Sinds afgelopen zomer maakt een bonte stoet kleine neringdoenden in de creatieve sector onder de naam Goudasfalt kwartier op het terrein van de voormalige asfaltcentrale. U weet wel, dat zwaar verontreinigde terrein aan de rivieroever dat door onze straatarme gemeente werd aangekocht. Net als uw fractie ontging ons de logica daarvan enigszins. Maar goed, politiek is politiek en gedane zaken nemen geen keer. We zullen het dus niet meer hebben over hoe uw collega zonder blikken of blozen iedere gezonde competitie de nek omdraaide en hoe zij schitterde door afwezigheid bij de presentatie van een ander burgerinitiatief.

De tijd van praten is geweest, nu wordt er gehandeld. Met een culinair muziekfestival, circusvoorstellingen en een open dag is het spits er in iets meer dan een maand tijd voortvarend afgebeten. Dat is mooi. Ook wij houden van aanpakken. In lijn met de samenwerkingsovereenkomst heeft de gemeente een legertje ambtenaren vrijgemaakt om een en ander in goede banen te leiden. Wij begrijpen dat wel. Burgerparticipatie is voor de grootste coalitiepartij immers nogal een dingetje. Deze partij en haar wethouder hebben hun lot zo’n beetje verbonden aan het puikje in burgerparticipatieland dat Goudasfalt heet. Mislukken is geen optie. Dus is het logisch dat je een helpende hand toesteekt om je troetelkindje zonder kleerscheuren langs de voetangels en klemmen van regels en procedures te leiden. Fair enough.

In werkelijkheid ging de hulpvaardigheid van de gemeente wat verder. Het begon meteen goed. Al de eerste dag werd in strijd met de vergunning gehandeld. De goedwillende stadswachten die onze stad rijk is, wilden daar wat van zeggen. Zij kregen echter van een bovenmodale ambtenaar te horen, dat er een gewijzigde vergunning zou zijn die de activiteiten wél toestond – ook al kon niemand zo’n vergunning laten zien. De brave boa’s maakten op hun snorfiets rechtsomkeert en lieten de overtreding voor wat die was. De instructie van een bovengeschikte heb je nu eenmaal op te volgen. U raadt het al: die gewijzigde vergunning was er helemaal niet. De bovenmodale ambtenaar speldde liever zijn lager ingeschaalde collega’s iets op de mouw, dan dat hij het welslagen van het project in gevaar bracht.

Zoals u misschien weet (en burgers tegen wie de gemeente om deze reden handhavend is opgetreden zeker zullen weten), is het in Nederland niet toegestaan om grond te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ook in Gouda niet. Iedereen, en zeker het legertje ambtenaren dat bij Goudasfalt op schoot zit, weet dat. Deze ambtenaren weten ook dat het sinds 2014 vrij eenvoudig is om via een binnen acht weken te doorlopen vergunningprocedure zulk strijdig gebruik voor maximaal tien jaar legaal te maken. De Raad van State als hoogste bestuursrechter maakt daarom gehakt van overheden die strijdig gebruik van enige omvang (meer dan pakweg een of twee dagen) goedpraten door het als ‘incidenteel’ te verkopen. En gebruik voor evenementen past niet in de huidige bestemming van het terrein.

Je zou dus verwachten dat er met behulp van het legertje ambtenaren keurig een aanvraag voor zo’n vergunning was ingediend. Zo heurt dat nu eenmaal. Maar warempel (u mag nooit meer raden): daarvan had men na rijp beraad toch maar afgezien. Volgens de ambtenaar van dienst was Goudasfalt geen professionele partij en wist men nog niet precies wat men wilde. Daarom (en vanwege een nogal warrige ambitie om te ontslakken of zoiets) was er maar geen vergunning aangevraagd. Trouwens, beweerde de ambtenaar, die 19 dagen (inclusief op- en afbouw) evenement in één maand waren hartstikke incidenteel. Sure. Alsof hij het zelf gelooft. Als kers op de taart werd voor een van de evenementen zelfs niet eens een evenementenvergunning aangevraagd. De gemeente stond erbij en keek ernaar.

Party pooper
U denkt vast: het was zó leuk, iedereen had het zó naar z’n zin, eindelijk gebeurt er iets in ons saaie stadje en hup: daar zijn die jongens van Gratis Geld Gouda weer om het feestje te bederven. Moet dat nou?

Om eerlijk te zijn: niet wat ons betreft. Maar wij schrijven deze brief niet voor onszelf. Dat doen wij namens de zwijgende meerderheid van ondernemers die onze stad rijk is. Ondernemers, die ervan dromen om op hun eigen manier iets aan de stad toe te voegen. Noem het ‘waarde creëren’ of ‘samen de stad maken’, u weet wel. Om die droom te verwezenlijken, namen deze ondernemers risico. Zij sloegen hun spaarvarken stuk of leenden geld van een oude tante of van de bank. Zij maakten een plan, huurden een pand, vroegen de nodige vergunningen aan en wachtten beleefd totdat die waren verleend. Ze gingen aan de slag – vaak met succes, soms met tegenslag. Ze zetten iedere dag hun bloembakken precies op het juiste tegeltje en namen tandenknarsend de boete voor lief als een van hun gasten per ongeluk weer eens een stoelpoot buiten het terras liet steken. Dat hoort bij ondernemen. Daar moet je niet over zeuren.

Deze ondernemers, die wél eigen geld in hun zaak staken, die wél een marktconforme huur betalen, die ook wel eens vergunningvrij hippe soep of hamburgers zouden willen serveren, zien nu de gemeente niet alleen wegkijken, maar zelfs actief meehelpen de regels te omzeilen voor het welslagen van de plannen van een select clubje pseudo-ondernemers. Hoewel wij er niet voor hebben doorgeleerd, zou je denken dat daarvan een boodschap uitgaat. Communicatie dus. Of het strategische communicatie is, wagen wij te betwijfelen. En daarmee zijn we weer terug bij uw portefeuille.

Goudapot
Een ander door de grootste raadsfractie zo gekoesterd vruchtje uit de weldadige fruitmand der burgerparticipatie is het subsidieverdeelvehikeltje met de naam Goudapot. Was het voorheen de gemeente zelf die de bewonersinitiatieven van subsidie voorzag, nu gebeurt dat door ca. 13 anonymi onder de bezielende aanvoering van een rijzende ster uit de sferen van, alweer, de grootste partij in de raad. Hoe hard de Goudapot ook de loftrompet steekt over hoe ‘vernieuwend’ en ‘participatief’ hijzelf is, onder de bevolking klinkt gemor. Ook in dit dossier wijkt de boodschap kennelijk nogal af van de perceptie.

Wij houden het erop, dat het de gemeente in dit geval helemaal niet om burgerparticipatie of vernieuwing te doen is, maar dat zij dankzij deze constructie twee vliegen in één klap slaat. Ten eerste hoeft er aan het geneuzel over dit soort kleine bedragen geen dure ambtenarentijd meer te worden verbeuzeld – de mensen met veel vrije tijd en geldingsdrang die nu de subsidie uitdelen, doen dat immers onbezoldigd. Ten tweede wil men de laagdrempelige weg naar bezwaar en beroep bij de bestuursrechter afsnijden. Want bezwaarde burgers, daar heb je maar gedoe van. Ironisch ergens: diezelfde partij waar rechters op heten te stemmen en die altijd zo hoog opgeeft over de democratische rechtsstaat, zit er natuurlijk niet op te wachten om ambtelijke tijd en geld te verdoen aan het fatsoenlijk behandelen van bezwaren over de Goudapot. Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd, zo heet het.

Wij snappen dat wel. Tijd is geld en gratis geld bestaat niet, vandaar ook dat het college de subsidie voor 2017 alvast heeft toegekend. In een volgende bijdrage zullen we uit de doeken doen hoe geraffineerd de gemeente met de structurering van Goudapot laagdrempelige rechterlijke toetsing probeert te ontlopen.

Ten slotte
Zomaar wat barstjes in het dunne laagje vernis dat de jaren van de beste dit en de beste dat hebben achtergelaten. Het is niet alles goud wat er blinkt. Misschien denkt u: als het echt zo erg was, dan stonden de ondernemers en maatschappelijke organisaties wel in rijen van twee aan de balie van het Huis van de Stad om hun beklag te doen. Maar zo werkt dat niet. Het oorverdovende gejubel over beste zus en beste zo laat nu eenmaal niet zoveel ruimte voor tegengeluid. En wie voor zijn onderneming of organisatie afhankelijk is van de goede wil van de gemeente, denkt wel twee keer na voordat hij zijn kop boven het maaiveld uitsteekt. Bijt nooit in de hand die je voedt, luidt het spreekwoord.

De ogen zijn op u gericht. Ga het gesprek aan. Vraag door. En breng verslag uit. Werk aan de winkel!

Hoogachtend,
Stichting Gratis Geld Gouda