Het bestemmingsplan voor arbeiders verklaard – deel 1 (gratis cursus)

Vrienden! Vandaag geen stichtelijke woorden, maar een gratis educatieve opportjoenetie voor de wethouder, de betere professionele journalist, het bezorgde raadslid en voor de vrolijke plannenmaker in het algemeen. Voor deze mensen is een bestemmingsplan een koe, die zij wel hebben horen loeien, maar waarvan ze de uier niet weten te hangen.

DISCLAIMER: als u verder leest, kunt u de mensen niet meer met droge ogen wijsmaken dat er zware industrie komt als het asfaltterrein niet van onze centen wordt gekocht, noch dat er woontorens komen als Jan Smit c.s. aan het ontwikkelen slaan. U kunt nú nog terug, klik hier als u uw gerieflijke staat van onwetendheid niet wilt verliezen!

Wat vragen vooraf

Waarom een cursus bestemmingsplannen?
Omdat u dan op de eerstvolgende verjaardag eindelijk die vervelende zwager eens van repliek kunt dienen. Dat u na het volgen van de cursus tevens zelf kunt vaststellen dat en hoe de GOUDasfalt-gelovigen u zand in de ogen strooien met hun fabeltjes over zware industrie en appartementen, is mooi meegenomen.

Maar dat is toch veel te moeilijk voor mij met mijn Mulo-A?
Dat wil men u graag laten geloven. Onzin. Iedereen die wel eens over een iPad heeft gewreven of met succes door de handleiding van zijn elektrische fiets is gekomen, kan wegwijs worden in de wereld van het bestemmingsplan. Er is hoop, heus. Iedereen kan het, zelfs u!

Hoofdstuk 1: Het bestemmingsplan in vijf topische vragen

Wat is een bestemmingsplan?
In een bestemmingsplan legt de gemeenteraad de ruimtelijke ordening van een bepaald gebied binnen de gemeente (het plangebied) vast. Het plan beschrijft nauwkeurig hoe iedere vlekje grond in het plangebied mag worden gebruikt en wat erop mag worden gebouwd. Iedereen is eraan gebonden: bouwen op of gebruiken van de grond in strijd met het bestemmingsplan is in principe verboden.

Waarom zijn er bestemmingsplannen?
Ooit heeft iemand bedacht dat het wel zo overzichtelijk is als de inrichting van ons landje enigszins ordelijk verloopt. We hoeven immers maar een paar honderd meter België te rijden om te zien wat er gebeurt als je de teugels laat vieren. Vanaf 1965 kennen we het bestemmingsplan. Verschillende vergunningen, zoals de omgevingsvergunning voor bouwen en de exploitatievergunning voor horecabedrijven worden aan het bestemmingsplan getoetst.

Wie maakt het bestemmingsplan?
De gemeente is verantwoordelijk voor het maken van bestemmingsplannen op haar grondgebied. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Maar voordat dat dat zover is, maakt het college van burgemeester en wethouders een (voor)ontwerp. Hogere overheden zoals de provincie en het rijk kunnen en mogen zich overigens ook met bestemmingsplannen bemoeien.

Wanneer wordt een bestemmingsplan gemaakt of herzien?
Iedere tien jaar moet ieder bestemmingsplan worden herzien. Bij zo’n herziening wordt soms alleen de bestaande situatie behouden (een conserverend plan, heet dat dan), maar vaak worden alvast nieuwe ontwikkelingen in het plangebied mogelijk gemaakt of wordt juist oud, ongewenst gebruik ‘wegbestemd’ door het in het nieuwe plan te verbieden. Dat wegbestemmen gaat overigens niet zomaar. Gebruik of bebouwing die al bestaat voordat het nieuwe plan gaat gelden, wordt in principe beschermd door het ‘overgangsrecht’.

Hoe verloopt de procedure?
Soms (bij grotere plannen meestal) legt het college van b & w eerst een voorontwerp ter inzage. Het voorontwerp bestaat uit alle stukken die bij het bestemmingsplan horen: een plantekening (ook wel verbeelding genoemd), de planregels waarin is beschreven wat op iedere bestemming is toegestaan en een toelichting, vaak voorzien van allerlei bijlagen. De plantekening en de planregels zijn bindend. De toelichting helpt om te begrijpen hoe die moeten worden uitgelegd. Een voorontwerp is niet verplicht. Via inspraak kunnen burgers verbeteringen of wensen voorstellen.

Die inspraakreacties worden verwerkt in het ontwerp-bestemmingsplan. Dat wordt zes weken ter inzage gelegd. Opnieuw kunnen burgers hun mening geven, nu in de vorm van een zogenaamde zienswijze. Als de zes weken voorbij zijn, wordt het ontwerp besproken in de gemeenteraad. Na een debat, waarin als het goed is ook de zienswijzen worden behandeld, stemmen de leden van de gemeenteraad over vaststelling van het bestemmingsplan.

Is het bestemmingsplan vastgesteld, dan wordt het opnieuw ter inzage gelegd. Burgers die het er dan nog steeds niet mee eens zijn, kunnen binnen zes weken beroep aantekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Heeft zo’n beroep succes, dan moet de gemeente het plan geheel of gedeeltijk opnieuw vaststellen. De totale procedure kan daardoor jaren in beslag nemen.

Zo, genoeg theorie, zult u denken. Het is potdorie nog vrijdag ook. Eerst zien, dan geloven! Kijkt u even mee?

Hoofdstuk 2: Aan de slag!

We beginnen op www.ruimtelijkeplannen.nl, het landelijke portaal voor ruimtelijke plannen. Hierop vindt u alle plannen die vanaf 2010 zijn vastgesteld. Oudere plannen kunt u nog ouderwetsch op papier komen inzien bij de gemeente.

Open deze site in een ander venster of een andere tab. U ziet links op het beginscherm twee zoekmogelijkheden: snel zoeken op postcode en huisnummer en daaronder ‘Start de kaart’ om lekker te dwalen over de kaart. Wij klikken op ‘Start de kaart’ en zoomen in op Gouda.

plannen_gouda

We zien nu een bont kaartje van de binnenstad en omgeving. De lijnen met zwarte bolletjes laten de grenzen van de verschillende plannen zien. We zoomen eens wat verder in op het Koudasfalt-terrein en klikken daarop.

plan_asfalt1

Nu zien we het terrein van dichtbij. De kleur geeft de hoofdbestemming aan (paars, in dit geval: bedrijvigheid). Ook zijn er arceringen zichtbaar, die bepaalde dubbelbestemmingen laten zien. Hoe komen we nu te weten wat dit allemaal betekent? Daarvoor kijken we in het venster rechts op het scherm. Het dossier met daaronder het geldende bestemmingsplan is alvast voor u geopend. Het plan heet: ‘Zuidelijk IJsselfront’. We klikken hierop. Daarna klikken we in de kaart op de dienstwoning.

plan_asfalt2

Onder ‘detailinformatie locatie’ zien we nu in het rechtervenster een hele waslijst, voorafgegaan door verrekijkertjes. Bovenaan staat: ‘Enkelbestemming Bedrijf’. Dit is de hoofdbestemming van het terrein. Als u de cursor boven het verrekijkertje plaatst, ziet u de contouren van deze bestemming oplichten op de kaart. Handig, niet? Het geselecteerde gebied heeft drie extra bestemmingen: waterkering, de waarde archeologie en waterstaatkundige functie. Verder komen we te weten dat gebouw en goot niet hoger mogen zijn dan 8 resp. 5 meter, dat het een bouwvlak betreft en nog veel meer. Wat het allemaal betekent leest u in de planregels. Die worden zichtbaar als u op de linkjes in de bestemming klikt. In het volgende deel van de cursus gaan we daar verder naar kijken.

Zo simpel is het. Wordt vervolgd. Neem vanmiddag uw tablet mee naar de vrijmibo, dan kunt u alvast mooi de blits maken als aankomend ruimtelijke-ordeningsgoeroe!