De samenwerkingsovereenkomst: open eindjes

Nadat wij gisteren ons ongevraagde advies hadden ingestuurd, troffen wij bij de vergaderstukken ineens de samenwerkingsovereenkomst aan die de gemeente met onze asfaltvrinden gaat sluiten, als er tenminste op 3 februari a.s. witte rook omhoog kringelt uit de gemeentelijke schoorsteen. Een mooie kans om nog even met een schuin oog door dit prachtige stuk proza heen te lezen.

U vindt de samenwerkingsovereenkomst hier. Op het eerste gezicht ziet het stuk er doorwrocht en vertrouwenwekkend uit. Maar zoals altijd als er juristen in het spel zijn, is niets zoals het lijkt.

Huurovereenkomst volgt later
De samenwerkingsovereenkomst stelt slechts de kaders van samenwerking vast. Voor het gebruik van het perceel zal op een later moment een aparte huurovereenkomst worden gesloten met GOUDasfalt (zie artikel 9.1). Aan die huurovereenkomst komt de gemeenteraad niet meer te pas. Indien die huurovereenkomst afwijkt van de samenwerkingsovereenkomst, gaat de huurovereenkomst voor (zie artikel 16.3). De zekerheid die de raad aan deze samenwerkingsovereenkomst kan ontlenen, is dus maar heel betrekkelijk.

GOUDasfalt betaalt slechts een deel van de werkelijke kosten
Weet u nog: het college beweert herhaaldelijk op geruststellende toon dat alle met het terrein verbonden kosten en risico’s in de vier jaren na aankoop van het terrein worden gedekt door de gebruiksvergoeding. De huurovereenkomst (die, als gezegd, buiten het zicht van de raad zal worden opgesteld) laat de gemeente echter opdraaien voor de kosten van onderhoud aan de kavel zelf (zoals oevers, beschoeiing etc.). Leest u artikel 9.1 er maar op na. We mogen er gevoeglijk van uitgaan, dat ook het daarmee verbonden risico bij de gemeente blijft. Kalft er dus tijdens een gezellig evenement een stuk oever af, om maar eens wat te verzinnen, dan is dat niet het probleem van GOUDasfalt, maar van de gemeente (lees: van ons allemaal). De overeen te komen huurprijs (achteraf te betalen!), zo lezen we in artikel 9.7, kan beperkt blijven tot de rentelasten en aan het perceel verbonden belastingen. Substantieel minder dus dan de werkelijke kosten.

GOUDasfalt wil activiteiten ondernemen die niet binnen de huidige bestemming passen. De gemeente zal zich inspannen om zulk met de bestemming strijdig gebruik mogelijk te maken door aanpassing van het bestemmingsplan, dan wel door afwijking daarvan, bijvoorbeeld door middel van omgevingsvergunningen. Als zulk strijdig gebruik leidt tot nadeel voor derden, zoals omwonenden, kunnen die daarvoor compensatie vorderen. Nu daarover geen afspraken zijn gemaakt in de samenwerkingsovereenkomst, blijft ook dat risico bij de gemeente.

Nog een paar woorden over burgerparticipatie
In de samenwerkingsovereenkomst lezen we opnieuw dat GOUDasfalt als ontwikkelaar van het terrein geen winstoogmerk heeft. In artikel 7.2 van de samenwerkingsovereenkomst wordt afgesproken welke kosten in een sluitende businesscase minimaal moeten worden gedekt. De redelijke kosten van beheer en expertise zitten daar niet bij.

Geen winstoogmerk, dat klinkt natuurlijk heel nobel. Wij wagen echter te betwijfelen of zulk liefdewerk tot een optimaal resultaat leidt. Een ambitieus project als gepresenteerd door GOUDasfalt vergt een lange adem. We hebben het immers niet over het gezamenlijk onderhouden van een plantsoentje of het organiseren van een straatfeest. Gebiedsontwikkeling is vakwerk en vakwerk heeft zijn prijs. Wij zouden daarom graag hebben gezien dat er een zakelijke vergoeding voor beheer en expertise inzichtelijk wordt gemaakt, liever dan dat andere drijfveren, zoals geldingsdrang, de overhand nemen.