Brief aan Milo

Redactie   2 februari 2016   Geen reacties op Brief aan Milo

Gouda, 3 februari 2021

Beste Milo,

Veel dank voor je bezorgde herinnering aan de uitnodiging voor de opening van de Havensluis komend voorjaar. Ik heb me inderdaad nog niet aangemeld en verwacht ook niet dat ik dat nog ga doen. De reden daarvoor is simpel: ik meen dat ik mijn lot teveel heb verbonden aan het avontuur met het Koudasfaltterrein. Dat weerhoudt me ervan om pal daartegenover aan feestelijkheden deel te nemen alsof er niets gebeurd is.

Het is geen geheim dat de aankoop van het Koudasfaltterrein de stad niet heeft gebracht wat we ervan hoopten. De verwachtingen waren hooggespannen. Het initiatief leek breed gedragen in de stad we hadden veel vertrouwen in de initiatiefnemers. Leek het in het begin allemaal nog volgens plan te verlopen, al snel verloor de groep vrijwilligers die het terrein zou ontwikkelen zijn samenhang en zijn daadkracht. Ook voor hen geldt kennelijk het oude spreekwoord ‘het bezit van de zaak is het eind van het vermaak’. Daar kwamen nog de nodige tegenslagen bij. Dat het qua milieubelasting niet mogelijk bleek om een scheepswerf en een bierbrouwerij op het terrein te vestigen was er één van. De weerstand vanuit de buurt (niet alleen uit Stolwijkersluis, maar ook uit de zuidelijke binnenstad – nota bene deels dezelfde mensen die jarenlang tegen de asfaltcentrale hadden gestreden) hadden we stomweg niet voorzien. Wij geloofden serieus dat al die stichtingen en platforms de bewoners vertegenwoordigden. Maar toegegeven: het wás ook te rommelig en onsamenhangend. Kennelijk werkt het niet als je mensen wel voorrechten geeft, maar niet de bijbehorende verplichtingen en risico’s laat dragen. En wat waren wij naïef toen we dachten dat we wel grip op de initiatiefgroep zouden hebben als er maar een officiële overeenkomst lag.

Er zat dus niets anders op dan de ontwikkeling als gemeente zelf ter hand te nemen, met alle kosten en moeilijkheden van dien. Iets dat we als stadsbestuur juist niet meer wilden doen en ook niet konden doen, omdat er simpelweg geen geld voor was. Toen liepen we er keihard tegenaan dat het terrein onverkoopbaar was en we zelf niets met het terrein konden zonder het te saneren. Dik Wessels had goed gezien dat rendabele ontwikkeling er niet in zat. Verhuur ten behoeve van bedrijvigheid was het enige haalbare. Maar omdat we zo hard hadden geroepen dat er geen industrie meer mocht komen, was dat geen geloofwaardige optie. De behoefte aan een verbinding met de Krimpenerwaard hebben we ook overschat. De stad kan wel naar de polder toekomen, maar vanwege het natuurgebied achter de dijk kan de polder onmogelijk naar de stad toekomen.

Terugkijkend hebben we ons teveel laten leiden door de geluiden die we graag wilden horen. We had meer kunnen en moeten openstaan voor het kritische tegengeluid, dat er wel degelijk was. Misschien heb ik me laten meeslepen door het enthousiasme van de initiatiefnemers, misschien wilde ik te graag de wethouder zijn die ‘stedelijke ontwikkeling nieuwe stijl’ op de kaart zou zetten, misschien geloofde ik tegen beter weten in dat de kracht van burgerparticipatie ons geld zou besparen in plaats van kosten. Wie zal het zeggen…

Het huidige plan om de grond volledig te saneren en om te vormen tot zellingen is nog het minst slechte. Historisch verantwoord en duurzaam. Maar het is wel een heel duur plan. Inmiddels gaat het grootste deel van de gemeentelijke uitgaven op aan zorg voor allerlei kwetsbare groepen: de ouderen, de jeugd, mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, nieuwe Nederlanders. Daarvoor is structureel te weinig geld. Met de schuldenlast van de gemeente is het alleen maar erger geworden. Dat hadden we kunnen en moeten weten toen we in 2016 het terrein van de asfaltfabriek kochten.

Al met al reden voor mij om verstek te laten gaan. Ik wens je een plezierige dag.

Hartelijke groet en tot snel,

Daphne